Edelény

Edelény heeft 12.000 inwoners en is daarmee het belangrijkste stadje in de Cserehát. Sporen van bewoning dateren al van voor de 10e eeuw.

Wandeling door Edelény (ongeveer 4 km)
Een goed begin is het monument op de hoek van de István Kiraly útja. Het herinnert aan de beide wereldoorlogen. De
hervormde kerk in de István Kiraly útja dateert uit de 14e eeuw, en is een typisch voorbeeld van de Hongaarse gotiek: niet de slanke hoge bogen die we kennen uit West-Europa, maar een heel eigen variant. Gebouwen met kleine ramen en een massieve constructie. Wanneer u de István Kiraly útja weer uitloopt, gaat u bij het monument rechtsaf. Wat verder rechts ligt, begrensd door de rivier de Bodva, een fraaie paleistuin, behorende bij een van de grootste paleizen van Hongarije. Het werd in 1730 gebouwd door de keizerlijke bevelhebber die Edelény van de verslagen Ferenc Rákóczi overnam. Op het eind van de 18e eeuw werden de Esterhazy’s hier heer en meester. Aan het begin van de 20e eeuw deden zij het weer over aan de prins van Saksen-Coburg.
 
klik op kaart voor pdf
wapen van Edelény
       
klik op de kaart voor een pdf
 
Het gebouw over de brug rechts is het voormalig cultureel centrum, waar nu het locale televisiestation is gevestigd. Voorbij dit gebouw, linksaf richting Borsod, vroeger stadje, nu aan Edelény vastgegroeid, vindt u aan de Borsod útca eerst de begraafplaats en vervolgens de hervormde kerk van Borsod. Het gebouw dateert uit het allerlaatst van de 18e eeuw en heeft een prachtig beschilderd houten plafond, zeer populair in dit deel van Hongarije tijdens de barokperiode. Even verder rechts ligt het Tájhaz, de museumboerderij, daterend uit midden 19e eeuw. Een kijkje binnen is zeker de moeite waard met voor streek en tijd kenmerkend meubilair, weefgetouwen en borduurwerk. Ook de zomerkeuken is karakteristiek.
       
   
 
 
Van hieruit loopt u linksaf de Váralja út in en komt u bij de zogenaamde modderburcht. 1000 jaar geleden was de heuvel van opgehoopt klei het centrum van de nederzetting, het hoofdkwartier van waaruit de stam van Bors werd geregeerd. Deze kleiheuvel is door de Hongaren zelf gebouwd en niet, zoals elders wel het geval is, door de Hongaren van eerdere bewoners overgenomen. Dat wordt bevestigd door het gevonden aardewerk, dat van Hongaarse makelij is, stamt uit de 10e eeuw en door de Hongaren moet zijn meegenomen bij hun tocht over de Karpaten laat 9e eeuw. Dit aardewerk is te zien in de museumboerderij. In de klei zijn ook grafmonumentjes gevonden die erop wijzen dat ook toen al hier een godshuis stond. In de 13e eeuw werd Hongarije onder de voet gelopen door de Mongolen. De verdediging in de modderburchten vormde geen partij voor deze vechtlustige lieden die later in plaats van de modderburchten stenen forten bouwden. De burcht van Bors kwam hier niet meer voor in aanmerking omdat de grens van het rijk inmiddels ver naar het noorden was opgeschoven